HSP - Hoog gevoelig - overprikkeld

Gepubliceerd op 29 oktober 2025 om 13:46

Ik hoor de wekker, opstaan. Al ben ik daar niet zo goed in als de blaadjes weer van de bomen vallen en het zo lekker warm is in bed. Je de koude kamer om je heen voelt. Toch maar eruit, want de dag begint. Een dag vol met verantwoordelijkheden. Ik kijk in de spiegel en zie er moe uit. Norah komt naast mij staan: “mama?’’ wat is er? Er is niets schat, mama moet alleen eventjes wakker worden.

“Mama voel je je goed, kan ik iets voor je doen, zal ik je helpen?” Maar ook: “mama ik ben bang, ik kan dit niet, ik weet het gewoon niet”. Mijn lieve meisje. Zo lief, maar ik zie ook een meisje die erg openstaat en gevoelig is. Gevoelig voor sferen, emoties van anderen, gezichten leest en zich snel zorgen maakt. De appel valt niet ver van de boom. Hsp, ofwel, hoog gevoelig zijn.

 

We horen het steeds vaker. Mijn kind is overprikkeld, of ik ben overprikkeld. Maar wat gebeurt er nou eigenlijk bij iemand die overprikkeld is?

We nemen de wereld waar via onze zintuigen: horen, zien, ruiken, voelen en proeven. Ieder mens krijgt dagelijks duizenden prikkels te verwerken. Bij hoog gevoelige kinderen komen die prikkels alleen veel sterker binnen. Zij staan als het ware “meer open” voor alles wat er om hen heen gebeurt. Als in sfeer, geluid, emoties en energie.

We worden allemaal open geboren, met zintuigen die alles opnemen. In de loop van ons leven leren we omgaan met prikkels en bouwen we beschermingslagen op. Hoog gevoelige kinderen blijven echter langer openstaan. Ze nemen intens waar, maar weten nog niet hoe ze al die indrukken kunnen filteren. Daardoor raken ze sneller overprikkeld.

 

0 – 1 jaar: de eerste voelsprietjes

Al vanaf een maand of vier kun je merken dat een baby hoog gevoelig is. Het kindje kijkt veel om zich heen, lijkt alles te scannen en reageert sterk op geluiden, gezichten en stemmingen.
Een baby die op visite gespannen raakt of moeilijk tot rust komt, kan overprikkeld zijn door alle indrukken en energieën.
Hoog gevoelige baby’s voelen ook emoties van anderen aan. Een moeder die verdrietig is of een tante die gestrest is: het kindje pikt dit onbewust op en kan verstijven of gaan huilen. Teveel van arm tot arm gaan kan dan soms echt te veel zijn. Het kindje voelt letterlijk “iedereen” en raakt vol.

 

1,5 – 2 jaar: taal en gevoel komen samen

Vanaf ongeveer anderhalf jaar begint de taalontwikkeling op gang te komen. Kinderen gaan niet alleen praten, maar ook meer voelen. De hersengebieden die prikkels en emoties verwerken, zijn volop in ontwikkeling.
Een kind dat overprikkeld is, kan onrustig of juist heel stil worden. Soms lijkt het niet te willen slapen, terwijl het juist oververmoeid is. Het brein is nog druk bezig om alles te verwerken.

 

3 – 4 jaar: spel, bewustzijn en het reptielenbrein

Rond het derde levensjaar kunnen kinderen steeds beter aangeven wat ze voelen en denken. Spel kan dan een mooi middel zijn om je kindje te leren begrijpen en wat er van binnen speelt.

Je kunt bijvoorbeeld poppetjes gebruiken. Je zet je gezin of een andere groep neer en vraagt je kind zichzelf op een plek neer te zetten en te vragen: “Waar sta jij in de groep?” Door dit te vragen, kan je als ouder dichter bij de kern komen van wat je kind ervaart.

Op deze leeftijd speelt ook het reptielenbrein (het oudste deel van ons brein) een belangrijke rol. Dit hersendeel is gericht op overleven en reageert instinctief: vechten, vluchten of bevriezen.
Bij overprikkeling schiet een kind snel in deze stand. Het kan ineens boos worden, huilen of zich terugtrekken. Het helpt dan niet om te redeneren; eerst moet het lichaam weer tot rust komen. Troost, veiligheid en fysieke nabijheid zorgen ervoor dat het zenuwstelsel kalmeert.

 

Overprikkeling herkennen en ontladen

Aan het eind van de dag zijn veel hoog gevoelige kinderen overprikkeld. Ze hebben zoveel gevoeld en opgenomen dat hun systeem vol zit.
Sommige kinderen huilen letterlijk om spanning los te laten. Soms niet alleen hun eigen spanning, maar ook die van hun ouders.

 

De kracht van verbinding

Hoog gevoelige kinderen hebben behoefte aan een veilige hechting en een ouder die hun gevoelens herkent zonder te oordelen. Wanneer ze zich begrepen voelen, kunnen ze hun gevoeligheid beter hanteren.

Overprikkeling is geen probleem dat opgelost moet worden, maar een signaal dat het kind te veel heeft opgenomen. Met rust, voorspelbaarheid en liefdevolle aandacht leert een hoog gevoelig kind zijn gevoeligheid als kracht te gebruiken.

 

Samen weer rust voelen.

Hoog gevoelige kinderen kunnen zich soms zo vol voelen van alle indrukken van de dag. Hun ademhaling zit dan vaak hoog in de borst en dat zorgt ervoor dat het lichaam in een soort stressstand komt. Door samen bewust te ademen, help je je kind (en jezelf) weer te zakken en rust te vinden.

Voel waar je ademhaling zit

Ga rustig zitten, eventueel tegenover elkaar. Leg één hand op je borst en één op je buik.
Voel eens: waar zit je ademhaling nu?
Is hij hoog, bij je borst, of voel je hem al een beetje lager, bij je buik?
Wanneer de ademhaling hoog zit, denkt het lichaam dat het iets moet doen of oplossen. Als je lager ademt, geef je een seintje aan je lichaam dat het mag ontspannen.

Samen ademen

Adem rustig drie tellen in door je neus en maak je buik een beetje bol.
Houd de adem even vast en blaas dan langzaam vijf tellen uit door je mond, alsof je een pluisbloemetje wegblaast.
Herhaal dit een paar keer.
Het uitblazen helpt letterlijk om spanning los te laten.

Vlindertjes in je buik

Laat je kind zijn of haar handen op de buik leggen.
Zeg: “Stel je voor dat er allemaal kleine vlindertjes in je buik zitten. Hoe fladderen ze? Zijn ze druk, vliegen ze door elkaar, of zijn ze rustig aan het wiebelen met hun vleugels?”

Door dit beeld te gebruiken, kunnen kinderen hun gevoel beter herkennen. Hun hersenen zijn namelijk sterk visueel ingesteld: ze voelen via beelden.
Vertel dat het goed is, wat de vlindertjes ook doen. Ze mogen er gewoon zijn.

Terug bij jezelf komen

Laat je kind nog even zijn handen op de buik houden en rustig ademen.
Zeg:
“Voel maar, hier zit jouw kracht. In je buik. Daar mag het rustig zijn. Je hoeft even niets te doen.”

Zo leert je kind contact maken met zijn onderbuikgevoel. het centrum van rust en veiligheid, ook wel het tweede chakra genoemd.
Op deze manier sluit het zich even af van alle prikkels van buitenaf en komt het weer bij zichzelf.

 

Bij een kindje dat bijvoorbeeld na een huilbui niet kan kalmeren, kan de volgende oefening met zachte aanraking veel rust brengen.

Het is een reinigingsoefening. Je veegt het letterlijk van je kindje af. De spanning, het verdrietig en de onrust.

 

  • Begin boven het hoofd van het kind en leg je handen iets boven het hoofd, dus zonder aanraking
  • Beweeg rustig je handen naar beneden, alsof je spanning van het lichaam “afveegt”. Misschien voel je wat tegendruk.
  • Sluit af bij de voeten, met zodat de energie weer kan wegstromen naar de grond.
  • Herhaal dit daarna met zachte aanraking als je kindje dit fijn vindt en met aandacht voor de voeten.

 

 

Het is nu bijna weer tijd om mijn meisje van school op te halen. Ik ben vanmorgen lekker wezen wandelen en heb ook bewust even diep adem gehaald. De herfstgeuren dringen diep door. Wat is het fijn in de natuur. De hondjes die door het park lopen, het geritsel in de struiken van een vogeltje, de wind, de vallende blaadjes. Bewust zijn. Zweverig of gewoon even stilstaan en leven in het hier en nu? Jij mag het zeggen... 

Ik neem nog een teug frisse lucht en voel dat ik letterlijk meer lucht krijg. Wees lief voor jezelf. Alles is met elkaar verbonden